Hoe blijf ik gemotiveerd trainen?

Het is soms lastig om tijdens je training bezig te blijven met wat je wilt doen. Zeker wanneer je niet alleen rijdt, maak je al snel een babbeltje en eindigt het met een rondje buiten. Ik weet er alles van.  

Om echt verder te komen in de sport is het belangrijk om je focus te houden op de doelen die je aan jezelf stelt maar ook aan je paard. Vergeet daarbij niet dat een paard een levend wezen is en soms een betere dag heeft en soms een mindere. Pas daar zeker je training op aan. Houd je toch vast aa je plan dan zul je merken dat zowel jij als het paard het plezier verliest in de training. 

Ik heb een aantal tips voor je op een rijtje gezet: 

  • Maak van je training een dagelijkse routine. Probeer je training op een vast moment van de dag in te plannen zodat je voor jezelf een balans krijgt tussen je werk of school, je paard en je privéleven. Zorg daarbij dat je voldoende uitgerust te paard gaat zodat je zelf mentaal scherp genoeg kunt blijven en kunt voelen wat je paard aan je terug geeft. Kom je gehaast uit school of uit je werk?  Neem dan op stal de tijd om even tot rust te komen. Poets je paard uitgebreid en maak de stal vast in orde. Als dat gebeurd is kun je veel rustiger beginnen aan de training. 
  • Maak voor jezelf een lijstje met je doelen waar je de komende periode aan wilt werken. Verdeel die doelen in een aantal korte tussendoelen en bepaal voor jezelf op welke manier je deze tussendoelen in je training mee gaat nemen. Hang die trainingsdoelen in je kast op stal zodat je elke dag kunt zien waar je in de training aan gaat werken. Bedenk goed dat je een zwaardere training altijd afwisselt met een minder zware training en dat de boog niet altijd strak kan staan. Blijf voelen wat je paard aan je terug geeft en pas daar je training op aan. 
  • Verdeel je training in blokken. Als je in in één keer doorgaat kost dat teveel energie bij paard en ruiter. Los korte stapmomenten in waarbij je het getrainde voor jezelf kunt evalueren. Wat liep er soepel, wat verdiend meer aandacht en hoe ga je dat in je training aanpassen. Bekijk wekelijks je trainingsdoelen en tussendoelen en maak aanpassingen als dat nodig is. Soms gaat iets snel, een andere keer heeft iets meer tijd nodig. 
  • Ga altijd terug naar de basis. Als je een keertje vast loopt, ga dan terug naar je basistraining. Je wilt een blij paard die je krachtig, soepel en vlug wilt maken. Is je paard een keer wat trager waardoor je niet kunt werken aan dat ene trainingsdoel wat je voor ogen had…. ga dan eerst weer ee stapje terug en zorg dat de basisprincipes weer in orde komen voordat je verder gaat. 
  • Zorg dat je een buddy hebt op stal of in je vriendenkring waar jij je doelen mee toetst en die jou kan inspireren en motiveren om door te zetten. Ook kun je meekijken met elkaars training en afspreken dat je elkaar hebt met het werken aan je doelen. Of ga tegelijk rijden en tijdens de korte stap periodes stem je met elkaar af wat er gebeurd is, welk gevoel dit jou gaf en op welke manier je jouw volgende trainingsblokje aan gaat pakken! Help elkaar en geef elkaar tips! 

Zelf bepaal ik dagelijks wat ik wil gaan trainen met mijn paard. Dit is met name nog basiswerk en wanneer dit goed aanvoelt ga ik spelenderwijs aan de slag met wat moeilijkere dingen. Ik sluit eens wat meer en schakel eens wat vlugger. Vanuit deze basis bouw ik mijn training wel steeds meer uit naar zwaarder, vlugger, intensiever en krachtiger. Het verschil binnen korte tijd is duidelijk merkbaar en ik bouw dan ook rustig verder in de training. Vanwege zijn leeftijd en grote lichaam hou ik goed rekening met de rustperiodes tussen de trainingen door en zorg ik voor voldoende actieve rust.  

Wanneer je steeds fanatieker wordt, bespreek dan jouw trainingsschema’s eens met je trainer of instructeur. Die kan je helpen om de opbouw realistisch te maken en houden. En nogmaals, je paard is de duidelijkste gever van feedback of je goed bezig bent of dat er iets niet helemaal goed gaat.  

Trainen in tijden van crisis!

We zijn er allemaal dagelijks mee bezig. Maar opeens veranderde de wereld en zijn veel ruiters op zichzelf aangewezen! Waar we een maand geleden nog bezig waren met de wedstrijden en waar we ons paard naar toe moesten trainen, zijn we nu bezig hoe laat mogen we op stal zijn en hoe doen we alles in de korte tijd die we hebben. 

Niet op elke stal is het zo geregeld, op de ene stal mogen nog wel instructeurs komen en op de andere stal niet. Op de ene stal mag iedereen zelf weten wanneer die komt en op andere stallen zijn roosters gemaakt. Op de ene stal mag je heel de dag rondhangen als je maar afstand houdt van de anderen en op de andere stal mag je maximaal anderhalf uur bezig zijn en dan moet je het terrein weer verlaten. 

Ook het trainen ervaar ik zelf wel anders. Ik was echt bezig met de wedstrijdplanning voor komende zomer en op die manier blijf ik ook altijd erg gemotiveerd om te trainen. Nu de wedstrijden voor een groot gedeelte wegvallen moest ik echt even zoeken naar mijn focus en doelen. 

Niet dat ik alleen maar train als ik doelen heb, maar het helpt me wel een beetje. Dus dat vergt dan wat aanpassing. Voor de ruiters die nu ook niet kunnen lessen is het ook zoeken. Normaal rijdt je één keer per week of om de week een les en kun je daar thuis weer verder mee aan de slag. Maar als dat weg valt…. Wat ga je dan doen? 

Trainen heeft eigenlijk als doel om je paard sterker en soepeler te maken, het uithoudingsvermogen te verbeteren en op die manier weer een stapje verder te komen.

Natuurlijk zijn daar ook een aantal valkuilen. Zeker als er een stukje prestatie bij komt kijken. Vanaf het moment dat er ingeschreven is voor de wedstrijd lijkt het wel alsof de druk ook wat hoger wordt. Je wilt dat alle oefeningen vlekkeloos gaan en als het dan in de training even niet lukt ga je die oefening repeteren. En nog eens…en nog eens…..

Zelf heb ik gedurende de jaren echt geleerd om me helemaal niet bezig te houden met het heel bewust oefenen van onderdelen die in de proef gevraagd worden. Vroeger deed ik dat zeker wel. Dag na dag kon ik de proeven rijden en soms wel heel vaak ook achter elkaar. Net zo lang tot het naar mijn zin was maar meestal stopte ik ermee omdat er geen land meer met mijn paard te bezeilen was. Achteraf weet ik dat ik mijn paard toen echt de verzuring in reed, maar goed. Achteraf kijk je een koe…. daar waar je niet wilt kijken.

Nu ik met mijn zoveelste paard weer van groen naar (hopelijk) de grandprix aan het trainen ben kom ik er echt achter dat steeds meer puzzelstukjes op de plek vallen. In mijn hele training heb ik niks anders gedaan dan bezig zijn met het lichaam van mijn paard. Wat zijn de zwakke punten en wat zijn mijn paard zijn sterke punten. Ik probeer zijn sterke punten te gebruiken om zijn zwakkere punten te verbeteren. Zo is bijvoorbeeld elk paard van nature scheef. Mijn paard heeft zijn linker achterbeen graag wat buiten de massa. Dat stukje scheefheid loopt dus eigenlijk als een rode draad door de training heen. Maar mijn paard kan wel heel eenvoudig wat lengtebuiging pakken. Op een gegeven moment ben ik schouderbinnenwaarts op de linkerhand gaan gebruiken om dat zwakkere linker achterbeen sterker te maken. Op de rechterhand reed ik juist wat meer Travers. Op die manier moest hij ook steeds weer wat meer kracht gaan gebruiken in dat achterbeen.

Wanneer ik nu mijn paard echt recht kan maken merk ik dat het verschil tussen links achter en rechtsachter al zoveel kleiner geworden is. Doordat mijn paard rechter is geworden kan ik ook meer gaan sluiten in de gangen en ook eenvoudiger (en dus rechter) er weer uit naar voren verruimen. Ga je veel verruimen met een heel scheef paard dan zal je dat altijd weer terug zien in de takt, ritme en regelmaat.

De basis is dus eigenlijk het belangrijkste van het trainen. En daarnaast een stukje bewustzijn en zelfreflectie over je eigen kennen en kunnen, maar ook dat van je paard.

Kijk eens goed naar je paard of laat je eens filmen met de training. Rijdt eens een paar keer zo recht mogelijk op de camera af en beoordeel dan achteraf eens met de beelden erbij wat jullie echt makkelijk beheersen en waar nog werk in zit.

Is je draf bijvoorbeeld nog erg krabbelig, ga dan eens spelen met het tempo en ritme. Je kunt proberen steeds wat langzamer te gaan rijden tot je paard eigenlijk wat gaat vertragen. Vanuit daar ga je dan weer heel rustig naar een grotere pas toe rijden. Je blijft zelf wel in dat kalme ritme lichtrijden. Zodra je merkt dat je lichtrijden moet versnellen een je je paard weer terug af. Weer terug naar een rustige pas.

Zo combineer je een wacht oefening met het verbeteren van de draf.

Kan je paard erg goed galopperen maar is de draf nog wat instabiel? Ga dan lekker snel galop werk doen tijdens je training. Werk daarin je paard los en pak dan met een opgewarmd en los paard je draf gedeelte mee.

Dus nogmaals, wees bewust bezig met je training. Je hoeft echt niet altijd gigantische doelen te stellen maar je moet wel werken aan je eigen ruitergevoel zodat je weet waar je mee bezig bent en wat je kunt doen om het rijden te verbeteren. 

 

Mijn paard verandert in een stuk pudding!

Misschien herken je dit wel. Je bent al een paar jaar aan het starten met je paard maar je hebt nog geen enkele fijne proef kunnen rijden! Zodra je begint met rijden merk je al meteen dat ze tegen je been is. Hoewel je er alles aan probeert te doen heb je toch het idee dat je paard verandert in een stuk pudding wat nergens meer op reageert! 

Er wordt altijd veel geschreven (en geklaagd) over paarden die op wedstrijd spanning opbouwen en dat die spanning zich uit in dat ze te sensibel en vlug worden. Je hebt echter ook een categorie paarden waarbij de spanning ervoor zorgt dat ze zich gaan afsluiten voor de omgeving. Het lijkt er op alsof ze dan in hun eigen zeepbel zitten en dat de hulpen van de ruiter en de prikkels van buitenaf, niet meer doordringen. 

Je kunt je vervolgens afvragen waar die spanning vandaan komt. Komt dit uit het paard zelf of komt dit door de ruiter die gespannen is? En nog belangrijker, hoe lossen we het op? 

Het aangeleerde gedrag doorbreken
Allereerst is het heel belangrijk dat je in zekere mate op de hoogte bent van de manier waarop een paard leert en reageert. Voor deze casus ga ik ervan uit dat het paard eigenlijk (onbewust) geleerd heeft om achter de hulpen te kruipen wanneer je op wedstrijd bent. Of dat nu uit spanning bij het paard weg komt of bij de ruiter is voor dit verhaal niet echt belangrijk. 

Je wilt het aangeleerde gedrag doorbreken en je bent daar al mee bezig door het rijden van tempowisselingen tijdens het losrijden. Tijdens het losrijden weet je dus op enige manier het tegen de hulpen zijn te doorbreken, maar halverwege de proef kun je dat niet meer volhouden. De focus op het meer voorwaarts rijden van je paard tijdens de proef brengt een grote valkuil met zich mee. Zeker wanneer je keihard moet werken om je paard aan de gang te houden. 

De valkuil is namelijk dat je vaak onbewust verschillende hulpen geeft. Ten eerste zal je meer been geven (voorwaartse hulp), je gaat moeizamer ademhalen omdat je hard moet werken (terugwerkende hulp) en mogelijk knijp je je knieën meer in het zadel omdat je zo veel beenhulp moet geven en je je balans wilt bewaren (terugwerkende hulp). Als je ook nog bang bent dat je paard niet voldoende voorwaarts zal blijven terwijl je haar door de oefeningen en lijnen stuurt, bestaat de kans dat je ook nog wat verkrampt in je lichaam (terugwerkende hulp). 

Op deze manier kan het zijn dat je hard je best doet om je paard meer voorwaarts te krijgen, maar door de verschillende, tegenstrijdige hulpen je paard juist meer tegen het been komt. Negen van de tien keer krijgt een paard namelijk zoveel verschillende hulpen dat het niet meer kan reageren. Een paard functioneert nu eenmaal het beste op één hulp tegelijk. En ondanks dat we dat wel weten en ook één hulp tegelijk willen geven, geven we vaak onbewust meerdere, vaak tegenstrijdige, hulpen tegelijk. 

Het is belangrijk dat je bij jezelf nagaat of dit ook bij jou gebeurt. Vervolgens moeten we kijken hoe we het aangeleerde gedrag kunnen doorbreken. Waar ik zelf veel mee werk is het rijden met doelen en het rijden op een ritme. Ik zal beide nader uitleggen. 

Rijden met doelen en het houden van ritme
Op het moment dat je jezelf een doel kunt stellen voor je proef ga je op een heel andere manier rijden. Een doel kan bijvoorbeeld zijn om vloeiende lijnen te rijden en om een actief ritme aan te houden. In de week of weken voor je proef besteed je hier al aandacht aan tijdens je training. Je werkt je lijnen net wat meer secuur af en je leert jezelf om een goede focus te houden op die lijnen. 

Dan zoek je in je training (hoeft niet direct dezelfde rit) een ritme op waarbij je paard met voldoende schwung en afdruk blijft lopen. In dit ritme ga je spelen met het tempo door te verruimen en te verzamelen. Door deze tempowisseling zorg je dat er aanspanning blijft van achteren naar voren. Let er dan vooral op dat die verruiming of verzameling ook dat actieve ritme blijft houden. Soms (of eigenlijk meestal) worden paarden in het weg of terugrijden groter of trager in de beweging. 

Als je thuis dat stukje lijnen rijden en je tempo goed onder de knie hebt, kun je je proef gaan visualiseren. Neem een rustig moment en ga met je proevenboekje even zitten. Lees dit onderdeel voor onderdeel en bedenkt voor jezelf hoe dit onderdeel aan moet voelen in de meest ideale omstandigheden, dus met een voorwaarts, meewerkend paard. Houd daarbij heel goed je ritme in de gaten wanneer je een soort filmpje maakt van jouw te rijden proef. 

Wanneer je op wedstrijd bent ga je met je warming-up direct aan de slag met je doel: vloeiende lijnen rijden en je actieve ritme aannemen. In jouw hoofd zul je een en ander moeten resetten zodat je in de actie kunt blijven rijden. Doordat je de lijnen van je proef weet, omdat je in de periode voor de wedstrijd de proef een aantal maal al in je hoofd gereden hebt, hoef je jezelf tijdens de proef alleen maar bezig te houden met jouw doel: vloeiende lijnen en jouw ritme vasthouden. 

Ga maar eens na…. Wanneer jij heel geconcentreerd aan de slag gaat met een ritme zal elke storing (terugvallen, over de schouder weglopen, aanleuning) door het doortastende rijden blijven bij een hele kleine storing. In je hoofd ben je in een ritme en je bent gedreven om in dat ritme te rijden. Je weet dat je in het ritme kunt rijden en door deze focus en door te blijven rijden in de actie (focus op je lijnen) zul je steeds meer merken dat het gedrag zal veranderen en je paard meer voorwaarts gericht raakt. 

Voor mijzelf heeft deze manier van rijden met een van mijn paarden ruim 20 punten verschil in de proeven opgeleverd. Toch is het belangrijke dat mijn paard zijn terugdenkende houding steeds meer heeft aangepast naar een voorwaartse en meewerkende houding, waarbij hij meer plezier lijkt te hebben en als een happy atlete door de ring gaat. 

Natuurlijk is dit niet in één keer opgelost en zal je er heel hard mee moeten gaan oefenen, maar ik weet zeker dat als je geleerd hebt om te rijden vanuit de actie, dat je paard veel fijner voor je uit blijft lopen! 

 

Mijn paard gaat soms in telgang!

Herken jij dit? Dat je paard heel kan goed stappen met de hals op lengte en dan ook nog mooi aan elkaar blijft, maar als je dan wilt verzamelen dat je paard dan neigt naar de telgang en dat soms ook echt doet.  

De stap is een gang waar veel problemen in voorkomen. Zeker wanneer je in de hogere klasses terecht komt en meer oprichting en verzameling van je paard gaat vragen. Vaak zie je dit vanaf de klasse M ontstaan. Problemen die je ziet is dat paarden kort, ongelijk of in telgang kunnen gaan lopen. 

Telgang komt vaak voor bij paarden die van nature groot stappen en op het moment dat zij weer kleiner moeten, hun rug vastzetten. Mijn eigen merrie is hier een goed voorbeeld van. Zij kan uitgestrekt stappen voor een 9 en ik heb er zelfs wel eens een 10 voor gekregen, maar de overgang terug naar arbeidsstap was vreselijk. Vaak ging zij in telgang lopen en kreeg ik haar er niet meer uit. 

 

Oorzaken
Wanneer je paard zich vastzet heeft dat verschillende oorzaken die allemaal met elkaar verband houden. De eerste is dat de voorwaartse drang, het van achter naar voren rijden, onderbroken wordt. Je zou haast zeggen: Logisch, want je wilt haar juist terugnemen! Toch moet je tijdens het terugnemen in tempo zorgen dat de voorwaartse impuls gelijk blijft. 

Een tweede oorzaak is dat je paard tijdens de oprichting niet meer voldoende blijft nageven. Misschien lijkt dit wel zo omdat je paard misschien nageeft in het kaak- en nekgewricht, maar niet meer vanuit de schoft. Dit kun je meestal ook herkennen doordat het eerste gedeelte van de hals vanuit de schoft iets gestrekt blijft. Doordat het paard niet vanuit de schoft nageeft, 

komt de rugspier onder spanning te staan en zet het paard de rug vast. Het gevolg is een krabbelende stap, ongelijke stap of een stap die neigt naar telgang of zelfs volledig uitgevoerd wordt als telgang. 

   

Oplossingen
Het probleem van een niet-zuivere stap is zeker te verbeteren, maar dit is niet eenvoudig. Ik ga er hier vanuit dat het probleem zich voornamelijk voordoet bij de overgangen terug en niet in de overgangen naar midden- of uitgestrekte stap. 

Er zijn een aantal punten waar je op kunt letten in de training. 

 

Scherper maken op je been
Zoals ik al aangaf, is vaak één van de problemen onderliggend aan een onzuivere stap dat de voorwaartse drang niet voldoende aanwezig is op het moment dat je richting verzamelde stap gaat. Dit probleem kun je al aanpakken vanaf het moment dat je op je paard stapt en begint met de warming-up. 

Ik laat zelf mijn paard tijdens de warming-up in stap al veel schakelen, maar dan wel in minimale mate. Dit houdt in dat ik dus geen overgangen van super verzameld naar extreem uitgestrekte stap rijd, maar ik rijd juist kleine overgangen. 

 

Hiermee wil ik een goede reactie op mijn voorwaarts, drijvende hulp maar ook een goede reactie op een afremmende hulp. 

Natuurlijk kun je dit ook in de draf en galop meepakken. Waar je heel goed op moet letten, is dat je tijdens de overgangen terug niet zelf te veel terug gaat denken. Dat is een veelgemaakte fout bij ruiters die weten dat hun paard de neiging heeft om de impuls te verliezen in de overgang terug. Een mogelijk gevolg is dat je er dan zelf op anticipeert door onbewust iets te spannen in je lichaam en daarmee blokkeer je de voorwaartse drang. 

 

Beenzetting verbeteren
Op meer controle te krijgen over de beenzetting van je paard, telgang is immers een taktfout, kun je oefeningen als wijken voor de kuit, schouder voor en travers meenemen. Deze oefeningen zijn ook goed uit te voeren op de volte. Doordat ik mijn paard geleerd heb dat we in de stap eigenlijk veel meer kunnen dan alleen rechtuit en achterwaarts, blijft de aandacht veel beter bij de hulpen die ik geef. Je daagt je paard uit om op te blijven letten. 

Ook als ik mijn paard in de training even laat stappen om op adem te komen, laat ik mijn paard wat overstappen voor de kuit, maar ook oefeningen zoals de keertwending om de achterhand kun je meenemen. Deze hoeft niet per se klein te zijn zoals in de proef; als de techniek maar correct blijft. 

 

Overgang naar verzamelde stap 

Een veelgemaakte fout in de overgang naar verzamelde stap is dat ruiters eerst hun teugels korter maken en daarmee de hals en paslengte van het paard verkorten om zodoende te verzamelen. Zoals Magda al aangeeft in haar vraag moet de achterhand van het paard in de verzameling meer onder treden en komt er van daaruit meer oprichting komen. Ik doe dit zelf op de volgende manier: 

Ik maak mijzelf vlak voor de overgang naar verzamelde stap goed lang in mijn houding. 

 

Ik ga als het ware overdreven rechtop zitten alsof iemand met een touwtje aan mijn helm trekt. Met mijn zit vraag ik daarmee of mijn paard terugkomt en schuift de onderhand iets onder. Ik houd mijn paard zacht in zijn mond en hij komt iets meer in de oprichting. 

Zonder de verbinding te veranderen kan ik dan de teugels iets oppakken en verkorten. Op dat moment geef ik een korte, kleine voorwaarts drijvende beenhulp om de impuls te bewaren. Na de voorwaartse reactie van mijn paard vang ik, via een weerstand biedende, maar verende hand, het te veel aan voorwaartse drang op. 

Door mijn hand direct te ontspannen is het gevolg dat mijn paard meer terug komt met een voorwaartse impuls zonder dat er sprake is van spanning wat zorgt voor een blokkade in de schoft, schouder of rug. Het paard blijft dus voorwaarts denken, komt toch terug in tempo en paslengte en blijft nageven. 

 

Let op!
Als je overgangen en tempowisselingen gaat rijden, let er dan op dat weg ook echt weg is en terug ook echt terug. Vaak gaat een paard een dribbel of stokkerige pas maken tijdens het terugrijden om toch onder de voorwaartse drang en aanspanning uit te komen. Als je dit voelt gebeuren, rijd dan direct weer uit de overgang en zoek eerst de activiteit en aanspanning weer op. 

Door deze tempowisseling regelmatig te oefenen en af te wisselen met lijnen uit de proef, in combinatie met de hierboven geschreven oefeningen, is de stap van mijn paard naar verzameling toe behoorlijk verbeterd. Eigenlijk heb ik er de afgelopen jaren zelfs geen opmerkingen meer over gehad en halen we tijdens de proeven uitsluitend voldoendes voor de staponderdelen. 

Mijn paard is sensibel en snel gespannen!

Herken je dit? Soms heb je moeite om verbinding en ontspanning te krijgen met je paard. Je bent dan  geneigd om te veel van hem ‘af te blijven,’ maar dan wordt je paard ook nog eens kijkerig. Wanneer je wel in de wedstrijdhouding gaat rijden komt er weer te veel spanning en te veel druk.  

Dit zijn eigenlijk twee problemen die vaak met elkaar in verband staan. Namelijk dat je paard te veel spanning heeft en dat je moeite hebt om verbinding te krijgen. Echter, door de spanning kun je ook geen goede verbinding krijgen, dus het is van belang om je daar eerst op te richten. 

Nu is het zo dat het heel lastig kan zijn om met een sensibel de rust en ontspanning te vinden. Je moet leren om je paard vertrouwen te geven zodat je paard jouw leert vertrouwen en met kleine hulpen kunt werken. 

Carl Hester
Een mooi voorbeeld vond ik de clinic die Carl Hester ooit gaf tijdens de hengstenkeuring in Den Bosch. Tijdens de clinic bereed hij voor de gelegenheid de hengst Chippendale van Van Olst. Hij liet zien dat je een sensibel en heet paard juist met been moet rijden. Hij stelde: een paard wat onder je uit loopt rijd je met been en een paard wat niet voorruit te branden is rij je met zo min mogelijk been. 

Alle toeschouwers moesten er even over nadenken (en vertalen), maar de conclusie was er zeker. Een sensibel paard moet je desensibiliseren en een traag paard moet je scherp maken. 

“Een sensibel paard moet je desensibiliseren en een traag paard moet je scherp maken.” 

Andrew McLean
Andrew McClean (foto) heeft ook hiernaar wetenschappelijk onderzoek gedaan. Één van zijn conclusies is dat wanneer je bij een traag paard been geeft, zal het paard op dit gevoel (de drukkende beenhulp) afstompen. 

Ruiters met een wat trager paard zullen dit waarschijnlijk kunnen beamen. Ditzelfde geldt voor veel teugeldruk. Rijden met constant teveel druk op de teugels maakt dat je paard weinig tot geen reactie meer geeft op de vragende of sturende teugelhulpen. 

Andersom geldt dit ook. Wanneer je doodstil met je paard meegaat met de beweging zal je paard een schrikreactie geven wanneer er een plotselinge of misschien zelfs wel een te grote hulp gegeven wordt. 

Wanneer je dit bij een wat trager paard doet zal het wellicht door de hulp geattendeerd worden, maar wanneer je dit bij een sensibel paard doet zal het zich wezenloos schrikken. 

Makkelijk gezegd natuurlijk, maar hoe ga je nu aan de slag met een sensibel en snel gespannen paard? 

Eigen ervaring
Ook ik heb een paard gehad waarmee ik tegen dit probleem aan liep! Het was absoluut een heel goed paard maar wel een bijzondere. Zo lenig als kat, zo vlug als water en zo scherp als een havik. De perfecte combinatie om mee op een druk concoursterrein te rijden dus..! 

Wanneer ik mijn been aanlegde kreeg ik vaak een veel te vlugge reactie en spoten we met mach 3 door de baan heen en moest ik vanuit de stap aan galopperen, dan volgde er een serie bokken om de spanning kwijt te raken. Zo lag ik er eens naast zonder dat het me opgevallen was. Ja, toen ik op de grond lag en bedacht hoe ik daar toch gekomen was. Zo vlug, zo sensibel en zo verraderlijk. 

De fout die ik maakte was dat ik eraf ging blijven. Been afsteken en geen verbinding met de mond. Hierdoor ging ik automatisch gespannen zitten, waardoor ik niet fijn meer mee kon komen in de beweging en ik dus in alles het nakijken had. Man, wat gingen we soms hard! 

Nu wil het dat ik door tijdgebrek ook eigenlijk te weinig tijd had om echt in dit paard te investeren. Gelukkig vond ik iemand die hem tijdelijk wilde rijden en uitbrengen. Zij had een stuk minder ervaring, wilde niet alles perfect hebben, wilde leren en was erg onbevangen. Zodoende was de combi voor mij perfect. Ik kon allerlei nieuwe ideeën en oefeningen op deze combi uit proberen, zowel rijtechnisch als in het mentale stuk ondersteuning geven en mijn paard werd toch doorgereden. 

Twee rijtechnische puntjes die deze amazone beter moest leren beheersen waren de wijze van rijden met been en de teugelwerking. Ze had plakbenen en had wat moeite om los te laten. En zoals de theorie en de wetenschap bewijst… het paard desensibiliseerde op de beendruk en teugeldruk. Hij accepteerde het been meer en meer en je kon een ophouding maken zonder dat hij een directe schrikreactie gaf. 

Inmiddels heb ik zelf het paard weer in training en heb ik van deze twee punten wel profijt. Dit stukje was bij het paard wel iets doorgeslagen waardoor ik hem juist weer scherper moest gaan maken en het paard meer op eigen benen moest laten lopen en de teugeldruk die hij nu graag wilde hebben, weer moest verminderen. Maar hij reageerde nu minder heftig op mijn hulpen dan voorheen. 

Meer aan je paard zitten
Wanneer je dit zelf moet doen is dit thuis al een hele lastige. Je moet volop de controle hebben over je eigen handelen en heel bewust gaan trainen. 

Je moet als het ware meer aan je paard gaan zitten. Dat is een lastige die vooral op de juiste manier goed opgevat moet worden. Ik wil hiermee niet zeggen dat je je paard met hand en been volop druk moet geven. 

Dit ‘meer aan je paard zitten’ kun je doen door in je training te zorgen voor veel overgangen, tempowisselingen en figuren. Alex en Diederik van Silfhout legden ooit eens uit dat zij met de sensibele en hete Arlando altijd in een heel rustig tempo begonnen. Ze joggen zo’n type paard als het ware onder zijn tempo los. 

In de stap kun je het paard ook wachtoefeningen laten doen. Zeker bij eentje die snel afgeleid is of schrikkerig. Ga op plekken waar het paard schrikt die reactie doorbreken door juist daar een oefening of overgang te gaan rijden. 

Laat het paard wachten in de stap, naar bijna halt en stap vervolgens weer naar voren. Ook dit is een samenspel tussen alle verschillende hulpen. Het draaien van een volte 10 meter wanneer je paard de aandacht bij je verliest en dit rustig blijven herhalen tot je de aandacht weer hebt, kan ook fijn bijdragen aan meer focus van het paard op jou. 

Wissel je training af, wissel haast extreem de hand af, dus van hand veranderen, door linksomkeert, rechtsomkeert, gevolgd door een volte 10 meter en gelijk door een S van hand veranderen en dat aan de andere kant weer opnieuw. 

Doe dit in het rustige tempo en haal je hulp weg als de reactie er is die je wilt maar blijf de hulp (meeverend) aanhouden wanneer de reactie uitblijft en haal je paard uit zijn reactie door precies wat anders te gaan doen dan hij verwacht. 

Wanneer je dit thuis fijn voor elkaar hebt kun je dit ook gaan toepassen in je rijden op vreemd terrein (ga oefenen) en vervolgens in je losrijden! 

Succes! 

 

Ik moet opeens veel eerder starten?!

Het is nooit leuk als het programma opeens veranderd. Vaak proberen we ons tot in de puntjes voor te bereiden en als het dan veranderd raken we het even kwijt. Eigenlijk is het niet de verandering in het schema wat het probleem is maar onze weerstand tegen verandering maakt dat we uit ons doen raken. 

Als mens zijn we erg geneigd om alles zo te houden zoals het is. Wanneer dat opeens veranderd gaat je hoofd in verzet. Doordat de focus op dat verzet blijft, gaat het mis in de prestatie. 

Natuurlijk maak je tijdens de voorbereiding op de wedstrijd een plan voor jezelf. Je weet hoeveel tijd je nodig hebt voor de warming up en je weet wat je allemaal nog wilt doorrijden voordat je de ring in gaat. En als de tijd dan opeens een half uur korter of een half uur langer wordt, is dat vervelend. 

in het wedstrijdreglement van de KNHS staat:  

  1. Wijzigingen in starttijden kunnen tot maximaal 24 uur voor aanvang van de rubriek doorgevoerd worden. Deze wijzigingen moeten kenbaar gemaakt worden aan de deelnemers en officials op de in het vraagprogramma aangegeven wijze. De wedstrijdgevende organisatie dient ervoor te zorgen dat alle deelnemers, officials en vrijwilligers ingelicht zijn. Na deze wijziging zijn de starttijden en aanvangstijden van rubrieken bindend, uitloop in het programma daargelaten. 

Nu weet ik dat er vaak in het vraagprogramma wordt opgenomen dat je bij uitval eerder moet starten. Je kunt daar natuurlijk rekening mee houden maar dan sta je enorm vroeg op je wedstrijd. Is er dan geen uitval dan sta je daar maar. 

Nogmaals, de verandering van tijden is niet het probleem, maar onze weerstand tegen die verandering is het probleem. Ik ga je een aantal tips geven om anders naar deze verandering te kijken. 

  1. Accepteer de verandering alsof je zelf gevraagd hebt om eerder of later te mogen starten.

Wanneer je altijd denkt dat alles moet blijven zoals het is, maak je jezelf niet gelukkig. Veel vergaderingen brengen we juist zelf tot stand, zoals een nieuwe baan, een ander huis, een nieuwe instructeur. Die verandering vinden we prima omdat we daar zelf voor kiezen. Maar als er iets veranderd wat we niet willen gaan we in de weerstand.  

Ook al heb je er niet voor gekozen om eerder of later te starten, accepteer die verandering alsof je er zelf voor gekozen hebt. Elke verandering geeft je voordelen:  

Ten eerste zet de verandering je in beweging. Je voelt een frustratie komen om dat je het niet in de hand hebt maar die frustratie zorgt ook voor adrenaline. Die adrenaline kun je heel goed gebruiken om te presteren. Zet het daar dan ook voor in. Moet je eerder starten, gebruik die paar minuten om twee dingen door te nemen die je nog wilde doen en dwing jezelf om in je hoofd te schakelen naar je doel in plaats van in de frustratie te blijven hangen. Moet je veel later starten? Gebruik dan je tijd om je paard even rust te geven. Bepaal hoeveel tijd he nodig hebt om weer scherp te worden en zet die frustratie dan om in focus op je doelen. Visualiseer tijdens het rondstappen je proef nog eens. 

Ten tweede heb je de kans om te bepalen wat je wilt. Vaak gaat zo’n concours al op de automatische piloot. Je hanteert altijd dezelfde volgorde, altijd dezelfde tijden qua losrijden en je hebt je doel voor de proeven bepaald. Wanneer je tijd vervroegd schakel jezelf dan uit die automatische piloot en besluit of je vasthoudt aan je doel of dat je jouw doel aanpast aan de situatie. Is je tijd juist langer, dan heb je tijd om te bepalen of je doel van de dag nog wel aansluit bij je gevoel van die dag. Misschien is je paard juist ontzettend los en ga je proberen nog vloeiender te rijden dan anders. 

  1. Elke verandering zorgt voor nieuwe kansen.

Dit is een hele lastige voor je mindset maar als je hem weet toe te passen’ sta je super sterk. Geloof voor jezelf dat een dergelijke verandering in de tijden een reden heeft. Wees creatief en verzin voordelen bij de verandering. 

  • wat kan ik hiervan leren?  
  • wat zou ik de volgende keer niet meer doen? 
  • wat zou ik de volgende keer juist wel weer doen? 
  • wat is het beste wat me kan overkomen? 
  • op welke manier ben ik nu als mens gegroeid door met deze ‘tegenslag’ om te gaan?  

 

  1. Elk nadeel heeft een voordeel.
  • En hoe afgezaagd het ook klinkt, het is echt zo. Richt je aandacht op waar je mee bezig bent in plaats van op de aanpassing in de tijden. Je kunt het toch niet veranderen dus haal je voordeel eruit. Vertrouw op je vaardigheden om te kunnen presteren in plaats van jezelf onderuit te halen en jezelf te verontschuldigen dat het nu helemaal niet gaat lukken. Geloof in jezelf en geloof in het vermogen van jouw eigen brein dat je een verandering kunt gaan zien als een uitdaging!  
  • Op het moment dat je in gaat zien dat de weerstand door de verandering niets te maken heeft met jouw kwaliteiten als ruiter, maar voortkomt uit een angst voor iets onverwachts kun je gaan vertrouwen op jouw kwaliteiten. 

 

Accepteer dat het zo loopt en hoppa, driekwart van je stress is verdwenen!  

De enige manier om hiermee om te gaan is een andere betekenis geven aan de situatie in plaats van je mee te laten nemen in de weerstand.  

Waar trainen we eigenlijk voor?

De laatste paar maanden lag bij mijzelf de focus op het sterker maken van mijn paard. Doordat hij halverwege 2017 een kogelbreuk opliep ben ik pas in november 2017 echt serieus met hem aan het werk gegaan na een hele periode van revalideren. Toch verviel ik op een gegeven moment in een stukje prestatiedrang maar gelukkig was ik me daar ook snel van bewust! Een eye-opener was dat er bij mij op stal een wedstrijd georganiseerd werd. Een onderlinge wedstrijd met de mogelijkheid om een klasse hoger te starten dan je daadwerkelijk rijdt. Op het moment dat bekend werd dat die wedstrijd er kwam zei ik direct dat het te vroeg kwam. Toch liet ik me ompraten. Opmerkingen als: ´Het is juist een mooie gelegenheid om te oefenen!’ en ‘Je hebt nog een paar weken om de puntjes op de i te zetten!’ maakte dat ik geen spelbreker wilde zijn en mezelf toch op de lijst zette. 

De zijgangen waren absoluut geen moeilijkheid. Een correct gereden overgang van galop naar stap was dat wel. Maar met een aantal weken voor de boeg besloot ik dat me dat wel ging lukken. Een dag later kwam ik daar al op terug. Ik bemerkte bij mezelf een soort drang om het goed te willen doen maar vergat daarbij op welke manier je de overgang moet trainen. Je paard moet sterk genoeg zijn om terug te komen op het achterbeen, licht blijven in de hand en de overgang moet zoveel mogelijk vanuit je zit gemaakt worden. 

Ik stelde zomaar in een kort ogenblik de oefening boven de wijze van trainen en waarvoor de oefening eigenlijk bedoeld is. Ik heb me weer van de inschrijflijst afgehaald en nu, tig weken later, kan ik zeggen dat de overgang ergens op begint te lijken. Vanuit de juiste trainingsopbouw, het sterker maken van het achterbeen, het vermogen om te kunnen sluiten en te dragen en vanuit daar door mijn zit verder terug te sluiten waarbij mijn hand enkel de aanleuning ondersteund wanneer dat nodig is. 

Deze hele gebeurtenis confronteerde mijzelf weer met hoe lastig het presteren is in combinatie met het trainen van je paard. Het zette mij weer aan het denken en ik constateerde ook om me heen dat de oefeningen uit de proeven soms helemaal nog niet correct uitvoerbaar zijn omdat het paard helemaal nog niet zover is.  

Al sinds ik instructie geef probeer ik enerzijds leerlingen af te remmen. Ik probeer ze duidelijk te maken dat de samenwerking met je paard voorop moet staan en je heel bewust moet zijn van de wijze waarop je traint, of dit je paard helpt of dat de wijze waarop je traint te vlug gaat voor het vermogen van je paard. 

Anderzijds moet ik andere leerlingen juist motiveren en stimuleren. Die rijden thuis al bijna een grandprix proef voor maar vinden dat ze nog niet klaar zijn om op wedstrijd te gaan! 

Het doel van de dressuur is nog altijd om je paard op zo’n manier te trainen dat je hem (of haar) gymnastiseert, sterker maakt en daarmee de samenwerking bevorderd. Met name die samenwerking is vaak een dingetje. En dan kom ik weer terug op wat ik hierboven vermelde. De drang om te presteren wordt soms zo groot (gemaakt) dat er vergeten wordt waarom we ook alweer wilden paardrijden. De prestatie maakt dat we door willen naar de volgende klasse en als het paard aangeeft daar nog niet aan toe te zijn dan wordt het paard vaak als lastig bestempeld of wordt er een extra tandje druk opgevoerd om toch bepaalde oefeningen aan te leren. Als het linksom niet lukt dan maar rechtsom! 

De oefeningen die in de proef gevraagd worden moeten mijns inziens het gevolg zijn van een doordachte training. En wanneer de basis goed voor elkaar is hoeft geen enkele oefening een groot probleem te zijn. Natuurlijk is het ene paard leniger dan het andere paard maar als je een gezond en  correct beleerd jong paard een schouder voor vraagt of een pasje opzij te gaan voor de kuit zou dat geen probleem hoeven zijn. De meeste paarden van tegenwoordig hebben al een dot meer talent en aanleg dan de paarden van vroeger! Er is op een dergelijke wijze gefokt dat veel positieve kenmerken van een paard doorgefokt zijn waardoor het paard van nature al makkelijker beweegt, leniger is en meer tot dragen kan komen. 

Maar ook dat moet op de juiste manier getraind worden. De overgang van galop naar stap, zoals ik eerder al beschreef, moet voortkomen uit een gesloten galop waarbij het paard al meer gewicht kan verplaatsen naar het achterbeen en daaruit dus zonder moeite moet door kunnen sluiten. Niet door het trekken en opsluiten vanuit hand en aanknijpen van de benen waarbij het (stiekem nog te hard voorwaarts) gaande paard op twee voorbenen tot remmen komt.  

Er moet lossigheid zijn in het lichaam van het paard om zijgangen te kunnen rijden. En de lossigheid is niet alleen in de aanleuning van het paard, maar in het hele lichaam. Wanneer een paard zichzelf ergens aanspant belemmert dat de bewegingen. Je kunt dan oefenen wat je wilt maar je traint de verkeerde spiergroepen. De spiergroepen die het paard vast wil zetten staan onder spanning. Wanneer je daar doorheen moet trainen om een bepaalde oefening te willen uitvoeren maak je het gedeelte wat al onder spanning gehouden wordt sterker en sterker. Het kost dan uiteindelijk nog meer moeite om de oefening uit te gaan voeren zoals de bedoeling is. 

De bedoeling van een oefening is dan niet het correct uitvoeren van-die-oefening zoals dat in de proef gevraagd wordt maar elke oefening heeft een bepaald doel. Dat doel is waar je naartoe streeft met het trainen van het paard. Elke losse oefening maakt dat je bepaalde delen en spiergroepen van het paard sterker kunt maken, kunt gymnastiseren en kunt gebruiken om andere oefeningen weer eenvoudiger te maken. 

Zo train je met een schouder binnenwaarts het binnen achterbeen van het paard doordat de draagkracht op dat been komt. Je traint de lengtebuiging en de lenigheid terwijl je als ruiter leert om beter in balans te blijven op je paard. 

Met de travers maak je het buiten achterbeen van je paard sterker omdat er meer kracht gezet moet worden vanuit dat been, en ook de lengtebuiging, lenigheid en de voorwaartse drang komen erbij kijken. Want hoe vaak remt een paard niet af in de zijgangen? 

Schoppen we het paard dan naar voren of zijn er zaken die niet genoeg voor elkaar zijn waardoor het paard lichamelijk nog niet in staat is om de oefening te doen? Moet je een stapje terug doen? Zou het kunnen zijn dat het paard moeite heeft met ‘pootje-over’ omdat het zich strak houdt in de schouders en haalt het de balans nog teveel uit de onderhals? Kom je dan tijdens het oefenen van zo’n oefening wel terecht bij het achterbeen? 

Ga dus nog een bij jezelf te raden welk doel je voor ogen hebt? Bedenk vervolgens welke stappen je dan nog moet zetten in de training en luister naar de feedback van je paard. 

Een paard geeft absoluut duidelijk aan welke dingen hij (of zij) lastig vind. Bedenk dan goed waarom je paard het lastig vind en ga op onderzoek uit op welke manier je, middels andere oefeningen, het paard sterker en/of leniger kan maken zodat de oefening uiteindelijk wel fijn uitgevoerd kan worden. 

Is dat lastig omdat er wedstrijden in de planning staan? Ga dan terug naar je doelen voor dit jaar. Doelen moet je altijd bij kunnen stellen. Soms is dat een stapje terug doen maar soms kun je ook een stapje eerder de baan in! 

Spoken of bakkabouters?

Vaak roepen we dat onze paarden spoken of bakkabouters zien in de bak als we aan het rijden zijn of wanneer we op wedstrijd zijn. Bijna altijd ligt het probleem bij jouzelf. En dat is in veel gevallen ook de reden van de schrikreacties bij het paard! 

 Angst is een belangrijke functie van ons lichaam. Angst zorgt namelijk voor lijfsbehoud. Het is een reactie van je lichaam om je te beschermen voor de dood. Tenminste, zo wil je lichaam jouw dat laten geloven. Als je ergens bang voor bent dan wil je er namelijk zo ver mogelijk vandaan blijven.  

 Denk even aan het volgende: je loopt in het bos met de hond en opeens zie je een groep wilde zwijnen op je af komen. Dan gebeurt er echt wel iets met je. Je hartslag gaat omhoog, je begint hoog en snel te ademen en er komt een stoot adrenaline in je bloed. Het bloed wordt uit je hoofd getrokken en gaat naar je spieren. Je moet namelijk niet denken maar iets doen, en daar heb je daadkracht voor nodig! Je lichaam komt in de opperste staat van paraatheid om de kans op overleven zo groot mogelijk te maken en ben je in staat tot dingen die je normaliter niet zou kunnen. In deze situatie is het heel duidelijk dat het wilde zwijn, het gevaar, de oorzaak is van de angst! 

 Maar hoe kan het dan dat je ook angst ervaart waarom je die angst ook ervaart zonder dat er een wild zwijn aan te pas komt? 

 Dat is het risico. Het daadwerkelijke gevaar is er niet, dat maakt je niet bang. Het risico dat het gevolg is van gevaar, dat jaagt je angst aan! Net zoals bij het wilde zwijn is het vooruitzicht om gewond te raken hetgene wat je echt bang maakt. Je bent dus in principe niet bang voor het wilde zwijn maar voor wat het wilde zwijn kan aanrichten. Maar dat gebeurt toch alleen in je fantasie, want ze komen pas net aanwandelen. Hetgeen wat je de stuipen op het lijf jaagt is er dus nog niet! 

 Dat is al een belangrijk gegeven. Je ziet dus echt spoken wanneer je angst ervaart. Want het is er in werkelijkheid helemaal nog niet. Dat is dus ook enorm frustrerend! Want wat er niet is, kun je ook niet weghalen! Want wat is dan eigenlijk dat risico dat we denken te lopen? 

 Een hele belangrijke wetenschap is dat je geen probleem hebt met angst of het zien van ‘spoken’ als je weet dat je in staat bent om dat gevaar af te wenden of te beteugelen. 

 Stel je voor dat je een taart hebt met kaarsjes. Je blaast die kaarsjes uit maar door de lucht die je blaast vliegt er een vonkje op een servet. Die servet vat vlam. Je pakt het glas frisdrank wat op tafel staat en gooit dat eroverheen. Opgelost. Geen gevaar, geen risico en dus geen angst meer. Maar wat als die servet opwaait richting de vitrage en die vliegen in de brand. Dan is de controle kwijt en je angstreflex is direct anders. De situatie voor de angst is dus leidend. 

 Maar wat als er geen situatie is, maar dat je angst vertoond voor spoken die in de bak zijn terwijl je op je paard zit. De baan is de baan waar je altijd in rijdt. Het paard is jouw eigen paard waar je eigenlijk mee kan lezen en schrijven…..  Dat is afhankelijk van je referentiekader. Wat heb je eerder meegemaakt, welke situaties hebben je angst gebracht en heb je dat wel of niet op kunnen lossen? 

 En daarnaast is ook nog eens iedereen uniek, vooral in zijn of haar beleving. Waar de een volledig op zijn gemak kan zijn, kan de ander in paniek raken. Het is maar hoe je het beleeft, dat maakt het verschil. Er zijn dus mensen die al bij een kleine bok van een paard in paniek raken maar ook mensen die pas in paniek raken als ze na een complete bokserie naast het paard hangen. 

 Als je die angst eerder of later ervaart is er niks mis met je. Iedereen heeft zijn eigen beleving op basis van eerdere ervaringen. Die ervaringen hoef je nog niet eens zelf beleeft te hebben. Het zien en getuige zijn van een nare beleving bij iemand anders kan jou toch die angst bezorgen. 

Wat het nadeel is dat we om die angst kritiek hebben op ons zelf, we balen ervan. Met als gevolg dat we denken niet goed genoeg te zijn! 

 Het ‘niet goed genoeg zijn’ is helaas nu net datgene wat de doorslag geeft bij gevaar, risico en de angst die dat op kan leveren! Wanneer je weet dat je in staat bent om een dergelijke situatie te beheersen kun je de angst beteugelen. Je voelt je namelijk veel zekerder en je hebt veel minder last van angst! 

 Maar als jij iemand bent die zich niet goed genoeg vindt of jezelf misschien wel als minderwaardig ziet en onzeker ziet, dan heb je veel meer last van angst. Je acht jezelf niet in staat om dat gevaar te keren. Er is dus een relatie tussen hoe jij naar jezelf kijkt en hoe jij de omgeving en de mensen om je heen als veilig of niet veilig ervaart.  

 Kortom…… de oplossing is, heel kort door de bocht, vrij simpel. Je bent zelf de oorzaak van je angst! En dat maakt dat je er ook zelf iets aan kunt doen! De wetenschap dat datgene wat je angst aanjaagt in feite nog moet gebeuren geeft ruimte in je hoofd om te schakelen naar datgene wat je aan het doen bent en wat je wilt gaan doen. Je kunt je gedachten dus letterlijk veranderen! 

 Bedenkt eens dat je in de bak rijdt en ze hebben een andere deur opgehangen. Dat geeft een ander uitzicht en je paard zou daar wel eens op kunnen reageren! Je loopt aan de hand een rondje links en rechtsom langs de deur en er gebeurd niks. Je paard kijkt er eigenlijk niet naar. Wanneer je opstapt bedenkt je dat je paard het misschien niet opgevallen is en dat hij het zo wel zal zien en je er dan afgooit. 

 Maar je vliegt nog niet door de lucht. Je bent aan het rondstappen en drijft je paard met je been naar de hand toe en zorgt dat je een verende verbinding krijgt. Je bent dus nog steeds volledig veilig. 

Als je de gedachte aan rondspringen en schrikken van je paard en aan het vallen los kan laten, verdwijnt ook de angst of wordt dermate klein dat je nu zonder problemen de baan rond kan rijden! 

 Het belangrijkste is natuurlijk dat je de angst onder controle gaat krijgen. Dat is logisch. Wanneer je geen angst meer voelt dan zijn direct alle problemen en belemmeringen in het rijden weg!  

 Om te werken aan de oplossing is het weten hoe het werkt een grote kracht om te werken aan de oplossing!  

 Kennis is macht: wanneer je weet hoe angst werkt dan kun je de angst ook je andere wang toekeren. Ga je angst te lijf met de wetenschap dat jij weet hoe het werkt. De angst zit tussen je oren en hoort daar niet thuis. Focus je op waar je mee bezig bent en ga dat verbeteren. 

Wanneer je begrijpt hoe iets werkt heeft het geen geheimen meer voor je en dus heeft het minder effect op je. 

 Van oorzaak naar gevolg: als je de echte oorzaak weet van iets, is het makkelijker op te lossen! Als je weet waar je precies bang voor bent, bijvoorbeeld vallen, dan kun je de angst al beter beheersen. Stel jezelf eens de volgende vraag: Hoe komt het dat ik bang ben en die angst voel? 

 Angst is iets wat zich afspeelt in je denken, waar vervolgens fysieke en emotionele reacties op komen. Het principe wat daar aan ten grondslag ligt is: gevaar-risico-angst. 

 Er doet zich een situatie voor die jij als gevaarlijk interpreteert. Bijvoorbeeld een erg druk paard komt de bak in. Dat brengt een risico met zich mee: dat jouw paard mee gaat doen waardoor je kunt vallen en vooral hard kunt landen. Dat laatste doet het hem! Het vallen is niet het echte probleem, het neerkomen boezemt angst in. En direct brengt dit een heel proces in jou op gang waarbij je van alles voelt. Het is dus een denk proces dat wordt geleid door jouw overtuiging dat de kans groot is dat je gaat vallen en dat dat dus niet goed afloopt met je. 

 Afhankelijk van wat jouw overtuigingen over wie je bent, wat je aan kunt en hoe je over jezelf denkt,  heb je wel of geen last van die angst: de een heeft die angst dus in dezelfde situatie wel en de ander heeft geen angst om keihard te vallen. 

Een aantal punten om mee aan de slag te gaan:

  1. De oorzaak van je angst ligt niet buiten je maar IN je; dat betekent dat je er wel iets aan kunt doen, want het is echt alleen van JOU. Sterker nog: Jij bent de ENIGE die daar iets aan kunt doen.
  2. Angst is gebaseerd op een illusie; je hebt een overtuiging die de basis vormt  voor een denkproces. Verander je de overtuiging dan verander je ook dat denkproces en zal je anders reageren. Maar hoe dan ook is het een verhaal in je hoofd en het is niet de werkelijkheid. Het is altijd gebaseerd op ervaringen uit het verleden.
  3. Verban de illusie en ‘prik’ zo je angst door; dat is makkelijker gezegd dan gedaan zal je zeggen. Maar als het al tien keer goed gegaan is met het rijden met dat andere drukke paard, dan kun je wel stellen dat je de angst kunt verbannen!
  4. Je bent goed zoals je bent; het (onbewuste) idee dat je niet goed genoeg bent is de grootste onwaarheid. Je bent veel groter en machtiger dan je nu denkt te zijn. Je kunt  alles aan wat op je pad komt! Vanuit die wetenschap kun je voor een andere reactie kiezen. Jij hebt namelijk alles te vertellen over je INTERNE DENKPROCES!

Inspiratie, motivatie of een punt halen?

Inspiratie heb je nodig om te kunnen presteren. Inspiratie haal je uit goede prestaties en andere positieve momenten. Soms kun je het enthousiasme van anderen opnemen als inspiratie of door het kijken naar een film, het lezen van een boek of door te praten met iemand. 

Het woord inspiratie komt vaak terug tijdens mijn online trainingen maar ook probeer ik mijn leerlingen te inspireren om doelgericht te trainen en plezier te hebben in het presteren en om door te zetten.  

Het woord inspiratie betekent: bezieling, inval, ingeving, inademing en levenwekkende kracht. Dat is een beetje moeilijke taal allemaal. Voor mijzelf komt bezieling wel het dichtste in de buurt. 

Om te kunnen presteren ben ik van mening dat je eerst op zoek moet naar datgene wat jou inspireert en motiveert. Wanneer je dat weet ben je pas echt vanuit je gevoel aan het werken. Datgene wat jou inspireert zorgt ervoor dat je gemotiveerd bent of raakt om zelf aan de slag te gaan met je eigen doelen om die te gaan behalen! 

Toch is er iets wat me verbaast. Steeds vaker hoor ik mensen roepen dat ze ondanks een mindere voorbereiding, ondanks dat ze er eigenlijk nog niet klaar voor zijn of ondanks dat ze zelf niet lekker in hun vel zitten, toch gaan starten. Ik wil dat ene punt nog halen! 

Lastig als instructeur zijnde want je wilt natuurlijk dat je leerlingen iets positiefs uit zo’n wedstrijd halen zodat ze weer inspiratie en motivatie hebben om verder te trainen en nog beter en leuker te kunnen presteren. 

Wat is toch dat ene punt wat blijft triggeren om alles wat geleerd is aan de kant te zetten? Wat maakt dat opeens alle normen en waarden van de sport vergeten worden om dat laatste puntje te halen? En echt niet iedereen hoor, want sommigen zijn heel gericht aan het trainen en plannen, maar juist door de focus op dat ene punt te leggen maak je het jezelf erg moeilijk. Je rijdt niet meer voor jezelf. Je rijdt voor een winstpunt. En dat is nu net geen doel wat je kunt stellen. Een winstpunt halen is het gevolg van goede en passende doelen stellen. 

 De vraag is: welke betekenis heeft inspiratie voor jou? Ik wil je vandaag in ieder geval graag 7 redenen geven om vaak je inspiratie op te zoeken. De waanzinnige kracht van inspiratie. 

 

Inspiratie

  1. Inspiratie is het begin van hoop. Alles stroomt en niets blijft. Op momenten dat we vooruit kijken, hopen we dat de veranderingen positief zullen zijn. Inspiratie biedt je hoop dat de toekomst goed is. Inspiratie zorgt er voor dat je in beweging wil komen en dat je vooruit wil gaan. 
  2. Je gaat ontdekken. Inspiratie betekent dat je een kijkje in jezelf neemt. Je gaat de verbinding aan met alles wat je leven betekenis geeft. Door inspiratie kun je luisteren naar je innerlijke stem. Het is het aanboren van je eigen positieve betekenis. Het aanwakkeren van je innerlijke passie.
  3. Inspiratie zorgt voor positieve energie. Inspiratie stimuleert je lerend vermogen. Je gaat waarnemen welke gedachten en emoties waardevol voor je zijn. Dit leidt tot een grotere vastberadenheid om positief te veranderen. Je ontdekt dat het geheim van geluk in je eigen handen ligt.
  4. Oorzaak en gevolg. Alles wat we goed en waardevol achten is een resultaat van inspiratie. Liefde, geluk en vrijheid zitten in je natuurlijke staat van zijn. Daarom kunnen stilte, rust en de natuur zo inspirerend zijn. Inspiratie opent de deur naar je eigen vermogende bron. In eenieder schuilt iets prachtigs.
  5. Inspiratie zorgt voor innerlijke motivatie. Voor welke uitdaging je ook staat, inspiratie zorgt voor de redenen waarom je iets echt graag wilt. Het zorgt voor positieve gedachten met versterkende emoties. Het doet je verlangen om van betekenis te zijn.
  6. Mogelijkheden verschijnen. De grensverleggende voorbeelden bieden je een blik op mogelijkheden. Inspirerende mensen, verhalen, gebeurtenissen stimuleren je eigen innovatieve vermogen. Je gaat meer denken in mogelijkheden. Goed voorbeeld doet goed volgen.
  7. Je gelooft in je eigen vermogen. Inspiratie zorgt er voor dat je van binnenuit gaat handelen. En dat je er naar streeft om jezelf te verbeteren, te groeien. Iedere kleine stap vooruit is een blijvende stap vooruit. Resultaten zijn slechts een kwestie van tijd als je van binnenuit blijft handelen en blijft groeien. 

De kracht van inspiratie. Nu ik zelf de 7 redenen heb benoemd, krijg ik enorm veel zin om mijn inspiratiebronnen op te zoeken. Ik voel dat het klopt en dat het me weer enorm veel verder helpt. Bedankt in ieder geval voor het lezen. 

 

Ik wens je veel inspiratie. 

 

Wanneer de ruiter verkrampt in de handen!

Het aanspannen van je handen (en andere delen van je lichaam) hebben onbewust te maken met een stuk spanning. Op het moment dat je iets voor elkaar wilt krijgen maak je automatisch je spieren wat strakker. Tenzij je probeert te slapen natuurlijk. Denk maar eens dat je nu op de bank zit en dit stuk zit te lezen en de volgende handeling die je gaat doen is de koffiemok van tafel pakken. Zelfs voor die kleine handeling span je al spieren aan. 

In zo’n proef komt er ook nog wat mentale spanning doen. Je wilt het goed doen en laten zien wat je thuis ook voor elkaar krijgt. Door je gedrevenheid span je onbewust ook weer allerlei spieren aan. Door die spierspanningen verwar je het paard. Het paard komt daar óf op terug óf hij gaat in de vluchtmodus en piept elke keer onder je vandaan. 

Wanneer je paard terug komt merk je dat direct. Je gaat harder werken om het paard naar voren te krijgen. Hiervoor heb je meer kracht nodig en dat uit zich weer in het (teveel) aanspannen van spieren.  

Wanneer je paard in de vluchtmodus gaat wil je het afremmen. Je spant daarvoor je spieren aan en voordat je het in de gaten hebt probeer je als mens een paard van dik 600 kilo tegen te houden met alle spierkracht die je in je hebt.  

Beiden zorgen voor strakheid bij paard en ruiter. Het paard probeert onder de druk uit te komen en de ruiter durft niet meer los te laten. 

Er zijn veel onderzoeken gedaan naar stress factoren en lichaamsaanspanningen. Zo is er ontdekt dat  je emoties en je lijf veel sterker verbonden zijn dan je denkt. Zo zijn er bepaalde verbindingen die lichamelijk gekoppeld zijn aan stress en spanning. Gespannen wenkbrauwen zijn bijvoorbeeld gekoppeld aan teleurstellingen en strakke kaken zijn gekoppeld met stress en (in)spanning.  

Als je dit bericht zit te lezen ben je er vast even voor gaan zitten. Maar controleer jezelf toch eens even…… ben je echt ontspannen of zit je nu met je schouders te knijpen? Of je handen? Of voel je spanning in je nekwervel? 

Dat is dus echt niet raar wanneer je een druk leven hebt! De druk die we eigenlijk allemaal ervaren maakt dat dit gejaagd zijn, een effect heeft op ons lichaam. En niet alleen op ons hoofd maar juist het hele lijf wordt aangevallen door die stress. Fysieke tekenen in de vorm van lichamelijke klachten laten zien wat je (onbewust) voelt, daar komt het zo’n beetje op neer.  

Tijdens een van de vele onderzoeken naar stress en spanning was de belangrijkste conclusie:  

“Een gevoel dat ontstaat in ons hoofd of ons lijf, vertaalt zich in chemische verbindingen die ergens vrijkomen. Organen, weefsel, huid, spieren en klieren: ze hebben allemaal eiwit-receptoren en hebben toegang tot en de mogelijkheid om emotionele informatie op te slaan.” 

Met andere woorden: Je spieren kunnen emoties opslaan. Maar wat betekent dat? 

 

Dit houdt in dat emotioneel geheugen wordt opgeslagen in verschillende plekken in je lijf, niet alleen in je hoofd. Emoties die onderdrukt worden of onbewust zijn worden letterlijk opgeslagen in het lichaam. Het zijn echte emoties die het lichaam wil uitdrukken, zodat ze opgelost kunnen worden. 

Je lichaam probeert je dus een seintje te geven. Het is een natuurlijke manier om het onbewuste bewust te maken. Maar dan moet je de tekenen uiteraard wel herkennen – om ze te kunnen ontcijferen en de balans te herstellen. 

En dat is natuurlijk het belangrijkste in dit verhaal. Hoe kun je ervoor zorgen dat je terug kunt naar die ontspanning! 

Een aantal tips om mee aan de slag te gaan: 

Lichaamshouding verbeteren 

Probeer je lichaamshouding zo correct mogelijk te houden. Zowel in je zitten en lopen als tijdens het rijden. Wanneer je een verkeerde houding hebt, zo blijktuit onderzoek, neemt het stresshormoon cortisol, al toe. Zo blijkt dat als je 5 minuten in een uitgezakte houding zit of staat, dat al genoeg kan zijn om meer stress te produceren. Door de stress stijgt de spierspanning weer wat resulteert in een vicieuze cirkel van stress en aanspanning van spieren. 

Stress komt voort uit het gevoel om de controle te verliezen. De juiste lichaamshouding kan het gevoel van controle terugbrengen en zo de stress verminderen. 

Wanneer je een gevoel van stress voelt opkomen kun je de volgende houding aannemen om de stress te overwinnen: 

Rol je schouders naar achteren en trek je schouders naar beneden. Druk je schouderbladen tegen elkaar en laat dit rustig los terwijl je uitademt.  

Richt je borst en voorhoofd richting de zon, adem een aantal keer diep in en uit. Houd je adem een paar seconden vast. 

Plaats je voeten stevig op de grond, je voeten onder je heupen en duw je voeten goed de grond in. 

Laat je armen relaxed naast je lichaam hangen, zwaai wat heen en weer en gooi je schouders los. 

Probeer ook rechtop te zitten en recht te lopen. Naast het verminderen van stress zal hierdoor ook je zelfvertrouwen toenemen. Hoe meer je rechtop loopt hoe zelfverzekerder je jezelf zult voelen. 

Warmte 

Het verminderen van spierspanning kan op een aantal manieren. Wanneer je zorgt voor een goede warming up (dus voor jezelf en niet voor je paard) kun je veel makkelijker die goede houding trainen.  Voordat je vertrekt zorgen dat je zelf goed warm bent scheelt ook een hoop. Een warm bad of een warme douche kan helpen al is dat wat lastig te realiseren als je op concours gaat. Door de warmte op je lichaam zal de bloedsomloop toenemen en hierdoor ruimte bieden voor een snel herstel van eventuele verkramping of irritaties. 

Professionele hulp 

Wanneer de spierspanning heel heftig is kan het moeilijk zijn om dit zelf op te lossen. In dit geval is het verstandig om een professional te bezoeken. Fysiotherapie en chiropraxie kan tot prima resultaten leiden en zijn de meest voor de hand liggende therapievormen. Daarnaast kan begeleiding van een mental coach helpen om je op andere zaken te focussen. Je traint jezelf dan om de focus te leggen op waar je mee bezig bent. Door het omdenken krijgt de stress geen ruimte. 

Medicatie 

Tot slot….wanneer de spierspanning zeer extreem is en het niet lukt om deze ‘los’ te laten met bovenstaande methoden is een laatste mogelijkheid het gebruik van medicatie. Zelf ben ik er absoluut geen voorstander van omdat je de symptomen onderdrukt en dus niet leert om ermee om te gaan. 

Het soepel houden van je spieren is dus heel belangrijk in combinatie met het focussen op je lichaamshouding en hetgeen waar je mee bezig bent. Probeer dus de oorzaak van de stress te vinden en probeer dit om te zetten in een stukje actiedenken. Zo leer je de controle terug krijgen en te blijven rijden in het hier en nu!